Vlindervallei

In de vlindervallei Petaloúdes zitten van juni tot augustus duizenden vlinders (petaloúdes in het Grieks). Vroeger zaten er honderdduizenden vlinders maar mede door de vele toeristen is het aantal flink afgenomen. De vlinder die je hier het meest ziet, is de gestippelde harlekijn (Callimorpha quadripuncta). Deze vlinder is zwart met gele strepen als hij stilzit en knalrood als hij vliegt. De vlinder wordt aangetrokken door de uit Azië afkomstige amberboom (Liquidambar orientalis) die in de vallei in groten getale voorkomt.

De vallei is een smal en dichtbebost beekdal met vele watervalletjes en is ook een wandeling waard buiten het vlinderseizoen. Toen wij er waren zag je hier en daar nog een enkele vlinder, maar niet de gestippelde harlekijn. De vallei heeft twee ingangen. Wij hebben de laagstgelegen ingang genomen, omdat je dan de hele vallei kunt doorlopen. De andere ingang bevindt zich halverwege en is erg druk. We zijn dan ook snel verder gegaan. Bovenaan eindigt de wandeling bij het Kalópetras klooster. Hier heb je een prachtig uitzicht en bevindt zich een terrasje waar je wat kunt drinken en een soort kleine oliebolletjes met honing kunt eten.

Het looppad door de vallei bestaat uit talloze trappetjes. De vallei is dan ook niet geschikt voor kinderwagens. Kinderen die niet zelf kunnen lopen kun je het best in de rugdrager meenemen. Gewoon op de arm is een heel gesjouw en boomstronken, gladde stenen en trappetjes maken de risico dat je dan valt te groot.
De vlindervallei is echter een grote uitdaging als je net hebt leren lopen. Marijntje heeft heel wat trappetjes met behulp van papa of mama beklommen. Ze had er veel plezier in.

Uitzicht vanaf de heuvel van het Kalópetras klooster.